Vrouwen, besneden en op de vlucht – Annalisa D’Aguanno aan het woord.

VisuelIk ben Annalisa D’Aguanno. Ik werk bij GAMS sinds… ik denk dat dit nu het 8e jaar is (2015). Hierbij tel ik ook de tijd dat ik stagiaire en vrijwilligster was. Ik ben klinisch psychologe. Ik studeerde aan de ULB en volgde daarna een vorming toegepaste victimologie, ook aan de ULB. Via deze vorming ben ik bij GAMS terecht gekomen. Momenteel volg ik ook een opleiding kunsttherapie bij het centrum Rhapsodie in Brussel.

Je stortte je in dit avontuur…

Eigenlijk heeft Fabienne me hierin meegesleurd. (Lacht). Fabienne had het project geschreven en heeft het me als cadeau gegeven. (Lacht).
Een tijdje geleden schreef ik samen met Catarina de handleiding ‘Mijn manier van overleven. Expertise en aanpak van de consultatie.’ Tijdens workshops en vormingen merkten we namelijk dat begeleid(st)ers, verloskundigen, sociaal assistenten, enz. zich vragen stelden bij hun begeleiding en hun aanwezigheid wanneer het echt niet goed gaat met een vrouw. We gaven een vorming aan verloskundigen. We schreven hier een tekst over, dit werd gefinancierd door het EVF[1].

En daarna kwam het idee om nog verder te gaan. We wilden alles wat psychologen, therapeuten, begeleid(st)ers, enz. op het terrein geleerd hadden, neerschrijven. In die tijd werkte bijna niemand rond het onderwerp VGV.

Er moesten medewerk(st)ers gezocht worden die daadwerkelijk zouden samenwerken

Toen ik 2 jaar geleden met dit project begon, werkten slechts weinig therapeuten rond het thema vrouwenbesnijdenis. Pas later begonnen steeds meer praktijken dit onderwerp te behandelen. Toen lanceerde ik een oproep in ons netwerk.

Op dat moment was Silme[2] pas begonnen. En dan was er ook Manu[3]. Ik kende hen eigenlijk nog niet. Ook Anne Graindorge van Woman’do was toen pas gestart. En Isabelle Breto kwam hier stage lopen en werkte bij Ulysse. En natuurlijk was  Katinka[4] er ook, zij was er al lang. Ik dacht eraan hen te betrekken bij het schrijven van het boek. Daarnaast wilde ik ook absoluut dat de ervaring die we opdeden tijdens de workshop lichaamsexpressie een plaats zou krijgen. Ik begeleidde die workshop samen met Zahra[5] en Carolina[6], dus het leek me interessant om ook hen in het team van schrijfsters te hebben. Zo konden we aantonen dat je geen therapeut(e) moet zijn om therapie te geven. We wilden, met andere woorden, tonen welke andere praktijken er bestaan op therapeutisch niveau.

Tijdens de eerste vergadering bespraken we het project in zijn geheel. Ik stelde de inhoudsopgave op. Elk van ons nam één of meerdere delen voor haar rekening, alleen of per twee. Toen kreeg het project vorm. Er waren verschillende fases, soms zagen we elkaar niet en werkte iedereen apart. En tijdens andere fases kwamen we allen samen om de geschreven teksten na te lezen, we debatteerden urenlang over de inhoud. Dan volgden opnieuw fases waarbij we apart verder schreven, enzovoort…

Gedurende heel dit project werkte iedereen heel nauw samen. Welk deel iemand ook geschreven had, het geheel werd steeds door iedereen nagelezen, tot het einde. Toen ik de tekst naar Clarice[7] stuurde, stuurde ik het nog eens naar iedereen door. Ik zei: “Dit is de uiteindelijke inhoud. Is iedereen akkoord?”

Op dat moment had iedereen gewoon zijn/haar deel kunnen ondertekenen, maar neen. We wilden een samenhangend geheel krijgen dat voor iedereen zinvol was. Dus sommige delen werden individueel geschreven, maar iedereen gaf zijn/haar mening over het geheel. Deze uitwisseling was fantastisch. Echt heel leuk en constructief. Bovendien hanteren we allen verschillende therapeutische methodieken en… Ja, het was echt verrijkend.

Er stelde zich wel een moeilijkheid. Twee jaar geleden startten we het project namelijk met een aantal personen. Maar in de loop van die jaren begonnen ook andere mensen rond het onderwerp te werken. Zij kwamen er op het einde bij. Dr Decleire, bijvoorbeeld, een psychiater die in de etnopsychiatrie gewerkt heeft in het centrum Chapelle-aux-Champs. En Sonia Zeghli, zij werkt in CeMAViE. Deze personen kwamen erbij op het einde van het project, buiten het redactiecomité, toen de gids al afgewerkt was. Dat is dus een maand geleden!
Als we het boek over 5 jaar opnieuw zouden schrijven, zou de inhoud helemaal anders zijn.

Het boek

Deel één – de vrouwen krijgen het woord

Ik wilde beginnen door de omgeving te schetsen en door te tonen dat we ons baseerden op vaststellingen uit ons dagelijks werk. Er bestaan wel wetenschappelijke bronnen, maar ik wilde de mensen dankzij wie we ons beroep leerden een plaats geven. In het voorwoord en in de conclusie schrijven we: “Er bestaan geen ‘specialisten’ in VGV. Wat bestaat, zijn mensen die naar anderen luisteren. Dat is alles.” We vertrokken van dit idee om het woord te geven aan degenen die hier recht op hebben: we stelden het project voor aan ons publiek.

We organiseerden 3 workshops die steeds uit 3 sessies bestonden en we hanteerden een vast protocol voor het verzamelen van de informatie. De eerste workshop ging over de vraag: “Wie was ik toen ik in mijn land van herkomst woonde?” Hier werd het thema ‘identiteit’ besproken, de vrouwen stelden zich voor. Daarna stonden we stil bij: “Wie was ik tijdens de reis?” En vervolgens vroegen we: “Wie was ik toen ik in België aankwam? Wie zal ik in de toekomst zijn?” Bij elke workshop zetten we hetzelfde decor op: een lang doek op de grond waarlangs de drie fases werden voorgesteld. Bij elke fase lagen voorwerpen. We namen bepaalde houdingen aan: zittend op de grond of rechtstaand, met of zonder schoenen. Wanneer we in het land van herkomst waren, zaten we blootvoets op een tapijt; wanneer we in België waren, zaten we op stoelen. Voor de toekomst gingen we recht staan. Er was ook muziek die paste bij elke fase. En er was het doosje met vragen, we gebruikten dezelfde vragen bij elke fase. Eens we hadden plaatsgenomen bij de fase die we zouden bespreken, kon het gesprek beginnen aan de hand van de voorwerpen rond ons of door een vraag uit de doos te trekken. Het waren dus gesprekken… net als in een koffiehuis.

De bevindingen na het eerste deel

Ik denk meteen aan twee zaken: het geweld dat de vrouwen ondergaan tijdens de reis en de kwetsbaarheid in België op seksueel niveau.

Tijdens de workshops vertelden verschillende vrouwen dat ze bijna verkracht werden door de mensensmokkelaar. Ze getuigden hierover en dat ging heel ver. Sindsdien hecht ik ook meer aandacht aan dit soort geweld tijdens mijn psychologische begeleidingen. We denken er niet altijd aan om hier vragen over te stellen, we zijn hier niet altijd attent op. Ik heb ontdekt dat veel vrouwen met dit risico te maken kregen… nadat ze in België waren aangekomen.

En wat de kwetsbaarheid op seksueel niveau betreft… De asielzoeksters werden benaderd door mannen die hen… bepaalde zaken aanboden in ruil voor seksuele diensten… Ze manipuleren de vrouwen: “Ik kan ervoor zorgen dat je papieren krijgt. Je mag bij mij blijven slapen…” Sinds ik hierop let, merk ik dat alle vrouwen die ik begeleid op een bepaald moment in België het risico liepen verkracht te worden, verkracht werden of in situaties van dit soort geweld terecht kwamen. Die vreselijke cirkel van geweld, hier in België.

Het innemen van een standpunt via het boek

De rechten
Het laatste deel werd getiteld “Asiel en verminkingen, de dubbele positie van de therapeut(e)”. Hier bespreken we asielrecht, rapporten, attesten, de tijdelijkheid, het verleden, het trauma. Ik denk dat we, via dit boek, echt een standpunt innemen. Het boek gaat dus niet alleen over therapie.
Tijdens het schrijven kwamen we op het idee deze hoofdstukken toe te voegen: over de geloofwaardigheid en het wetenschappelijk onderzoek hierrond. We hebben het over asiel, de asielaanvraag, de manier waarop een geloofwaardig verhaal verteld kan worden en de criteria waarop men geloofwaardigheid evalueert. Hier zitten we echt in het thema asiel, waar genitale verminking een deel van is. In het begin had ik helemaal niet verwacht dat we het hierover zouden hebben. Dankzij dit deel werd ik sterker bij het schrijven van attesten, rapporten, enz.

VGV is een vorm van gendergerelateerd geweld
Dit aspect was voor sommigen niet zo duidelijk… het is redelijk nieuw. Ik weet dat het boek door velen bekritiseerd zal worden. Sommigen zullen zich namelijk verwachten aan… niet aan cultuurrelativisme, maar… ze zullen ook de andere kant willen zien. En dat hebben we in dit boek niet gedaan, het was een bewuste keuze.

Het is duidelijk dat dit boek gezien moet worden in de context van migratie in België. Onze ervaring is gebaseerd op vrouwen die besneden werden en die nu ver van hun gemeenschap leven. Ik weet niet welke impact ons werk zou hebben ter plaatse, in de landen waar VGV wordt uitgevoerd. Wij kennen die situatie niet… Het boek moet dus in de juiste context gezien worden: migratie in België. Dan is er ook het onderwerp gedwongen huwelijk…. Want we spreken ook over de gevolgen van een gedwongen huwelijk, dat voorkomt in landen waar genitale verminking uitgevoerd wordt. We blijven dus steeds in dezelfde context. We verzamelen de getuigenissen die de vrouwen hier en nu afleggen en niet de getuigenissen van de vrouwen daar.

Wat we aan de hand van dit boek echt duidelijk willen maken, is dat wanneer we rond het thema migratie werken, we ook rond het thema geweld werken. Dat is zeker! Alle diensten geestelijke gezondheidszorg doen dit. Bijgevolg werken we ook rond gendergerelateerd geweld en kunnen we ook het thema genitale verminking aankaarten.

Elke deskundige kan rond genitale verminking werken
Het is waar dat genitale verminking deel uitmaakt van de interculturele psychologie. Maar ik studeerde klinische psychologie en toch werk ik hier… Hoe heb ik dit in het begin gedaan? Wel, ik was er, ik was beschikbaar. Ik luisterde. Ik heb geen opleiding in de etnopsychiatrie gevolgd. Ik heb geleerd uit de verhalen van de mensen. En daarmee heb ik het gedaan. Dit is mijn persoonlijke boodschap, die ik aan de hand van dit boek wil doorgeven.

Tools die kunnen dienen als inspiratie
Sommige delen van het boek zijn eerder praktisch, andere minder. Het hoofdstuk over de psychocorporele dimensie op individueel niveau, bijvoorbeeld, want we bespreken zowel individuele – als groepsbegeleiding. Bij de groepsbegeleiding bespreken we een zeer praktisch voorbeeld, de workshop lichaamsexpressie die aangeboden wordt bij GAMS. Deze activiteit kun je perfect ergens anders organiseren. Je kunt er in elk geval inspiratie uit halen. Op individueel niveau hopen we dat dit boek mensen aanzet om zich te interesseren, om na te denken en om op onderzoek uit te gaan. Net omdat er geen pasklaar antwoord bestaat. Als dit wel het geval was, zouden er specialisten in VGV bestaan.

We werkten met verschillende schrijfsters aan dit boek. Allen hanteren we verschillende therapeutische methodes, wat zeer interessant kan zijn voor de lezers. Over elke methode schreven we een kort hoofdstuk, al dan niet met praktische voorbeelden en praktische oefeningen. Zo tonen we ook aan dat er verschillende mogelijkheden bestaan: de EMDR-methode[8] met Sonia, de psychocorporele methode met Anne en ikzelf. Anne volgde een speciale opleiding rond EEMT [9], maar het psychocorporeel werk kan ook gedaan worden aan de hand van kunsttherapie, theater, dans, enz. Daarnaast bespreken we ook de kortdurende therapie, die Manu Deliège toepast. Hierbij worden zeer praktische oefeningen voorgesteld die dagelijks uitgevoerd kunnen worden en waarbij er naar kleine doelstellingen wordt gewerkt. Er wordt dus niet gestreefd naar een groot DOEL, zoals het verkrijgen van papieren. Ik beschrijf dan weer de creatieve tools waarmee ik werk, en ook het medische luik wordt besproken door een psychiater.

De vrouwen die u dit beroep aanleerden zijn steeds aanwezig…

Tijdens het schrijven van dit boek dacht ik steeds aan hen. We hebben het boek zo eenvoudig mogelijk gemaakt, zodat het voor iedereen toegankelijk zou zijn. Ik weet niet of het ook toegankelijk is voor de vrouwen die deelnamen aan de workshops. Maar we dachten de hele tijd aan hen. En, wanneer het boek gepubliceerd wordt, zullen ze zeker een exemplaar krijgen en zullen ze uitgenodigd worden voor het panelgesprek. Ik ga zelfs aan één van hen vragen of ze enkele delen van het boek wil voorlezen.

Ook de bewoners van het Klein Kasteeltje zijn welkom op het panelgesprek van 18 juni 2015. We wilden er geen samenkomst van deskundigen van maken, want ik kan er helemaal niet tegen wanneer er, achter de mensen om, over hun mentale gezondheid wordt gesproken. En jezelf dan experte verklaren… Ik hoop dat dit boek de realiteit zo trouw mogelijk weergeeft, dat de woorden van de vrouwen zo veel mogelijk gerespecteerd worden.

 


[1] Europees Vluchtelingenfonds: http://fedasil.be/nl/inhoud/europees-vluchtelingenfonds-evf[2] Silme Nacih, psychologe die werkte bij het Centrum voor Gezinsplanning FPS in Luik.

[3] Emmanuelle Deliège, psychologe bij het Centrum voor Gezinsplanning Louise Michel in Luik.

[4] Katinka In t’Zandt, psychologe bij het Centrum voor Gezinsplanning in de Free Clinic (Elsene) en lid van de Raad van Bestuur van GAMS.

[5] Zahra Ali Cheick is coördinatrice van GAMS in Brussel. Als intercultureel bemiddelaarster voert ze individuele gesprekken en begeleidt ze verschillende workshops met Carolina en Annalisa.

[6] Carolina Neira-Viannello is vrijwilligster bij GAMS België. Ze werkt als projectverantwoordelijke en is een referentiepersoon gender binnen de vereniging. Ze begeleidt ook verschillende workshops met Zahra en Annalisa.

[7] Clarice is de grafisch vormgeefster.

[8] Eye Mouvement Desensitization and Reprocessing is een psychotherapeutische methode die door sommige therapeuten gebruikt wordt bij de behandeling van posttraumatische stress.